In sommige gevallen is het op macOS mogelijk nodig om in de firewallinstellingen een poort te openen om toe te staan dat de Lyve Mobile Array de Lyve Client-software kan openen en beheren, hoewel deze in Disk Utility (Schijfhulpprogramma) is vermeld en in Finder is gekoppeld.
De firewall-basisregel:
- Transportprotocol "UDP" toestaan, externe poort(en), poort 427, in beide richtingen
Voorbeeldinstructies voor McAfee-client in macOS:
- Open McAfee-voorkeuren vanaf de werkbalk (rechtsboven op bureaublad).

- In het kleinere venster "General" (Algemeen) dat verschijnt, klikt u linksonder op het "vergrendelde" hangslotpictogram. Geef het beheerderswachtwoord op als dat wordt gevraagd. Het "vergrendelde" pictogram verandert in een "niet-vergrendeld" pictogram om aan te geven dat u nu wijzigingen kunt doorvoeren.

- Navigeer in datzelfde venster naar het tabblad "Firewall" (Firewall).

- Klik linksonder in het venster op het plusteken (+) om een nieuwe firewallregel toe te voegen. Een pop-venster wordt weergegeven.

- Maak in dit venster uw firewallregel, die toegang via de firewall toestaat.
- Geef uw regel een beschrijvende naam.
- Stel vervolgens, indien van toepassing, de "Direction" (Richting) in op "Either" (Beide). Hierdoor kunnen we informatie heen en weer sturen met het apparaat.
- Selecteer onder aan het venster onder "Transport Protocol" (Transportprotocol) de optie "Select Protocol" (Selecteer protocol) in de vervolgkeuzelijst. Selecteer links in de vervolgkeuzelijst "UDP" (UDP), selecteer in de middelste vervolgkeuzelijst "Remote Port(s)" (Externe poort(en)) en typ 427 in het tekstvak rechts.
- Klik op OK om uw regel toe te voegen.

- Klik tot slot linksonder in het venster op het "niet-vergrendelde" hangslotpictogram. Dat pictogram wordt nu weer "vergrendeld" weergegeven, om aan te geven dat uw wijzigingen zijn opgeslagen.
